Algemene informatie slechthorendheid

Slechthorendheid wil zeggen dat je minder hoort. Dat klinkt simpel, maar dat is het (helaas) niet. Wie denkt dat mensen die slecht horen met een hoortoestel weer alles kunnen horen, heeft het mis. Soms is dat het geval, maar bij veel slechthorenden niet. Zodra er sprake is van achtergrondlawaai of als er meerdere gesprekspartners zijn, wordt de spraak moeilijker te verstaan en verlopen gesprekken vaak moeizaam. Omdat slechthorendheid een onzichtbaar probleem is wordt het niet direct opgemerkt. Daarbij vinden veel slechthorenden het lastig om er openlijk voor uit te komen dat ze een gehoorprobleem hebben. Ze zijn bang dat anderen hen abnormaal of lastig vinden en/of ze schamen zich ervoor.

Hoor Friesland, als afdeling Friesland van Stichting Hoormij,  zet zich in voor slechthorenden in Friesland. Wij helpen slechthorenden onder andere door middel van voorlichting, belangenbehartiging en lotgenotencontact. Slechthorendheid treedt vaak op in combinatie met een andere hooraandoening.

Hoe werkt het gehoor?

Werking van het oor

Het oor is een mooi, maar complex orgaan. Het is zelfs een van de meest geavanceerde organen van ons lichaam. Het oor brengt het geluid zo naar de hersenen, dat deze kunnen bepalen waar het geluid vandaan komt en wat de klanken en toonhoogtes zijn. Dit gebeurt te midden van soms heel veel andere geluiden. Het gehoororgaan bestaat uit drie delen: het buitenoor, het middenoor en het binnenoor.

Het buitenoor

Het buitenoor bestaat uit de oorschelp, de gehoorgang en het trommelvlies. Het buitenoor zorgt ervoor dat geluiden uit de omgeving het gehoorsysteem bereiken. De oorschelp vangt de geluidsgolven op, de gehoorgang geeft ze door aan het trommelvlies.

Het middenoor

Het middenoor is een met lucht gevulde ruimte waarin zich de gehoorbeentjes bevinden: de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel. Deze botjes zijn aan de ene kant verbonden met het trommelvlies. Aan de andere kant zijn ze verbonden met een dun membraan dat een kleine opening in de wand van het binnenoor afsluit. De buis van Eustachius verbindt het middenoor ook met de keelholte, waardoor de druk in het middenoor gelijk blijft aan die van de omgeving.

Het binnenoor

De geluidsinformatie wordt verwerkt door het slakkenhuis (cochlea). Dit slakkenhuis is gevuld met vloeistof en bekleed met ontelbaar veel kleine haarcellen (zintuigcellen). Als de gehoorbeentjes geluidsgolven doorgeven, wordt de vloeistof in het slakkenhuis in beweging gebracht en buigen de haartjes. Hierdoor wordt een chemische reactie opgewekt, die de bijbehorende zenuwuiteinden activeert. Deze zenuwuiteinden geven vervolgens een boodschap door aan het hersengedeelte dat geluidssignalen verwerkt. Daarnaast verwerkt het binnenoor informatie over het evenwicht.

De kwetsbaarheid van het oor

Alle onderdelen van het oor zijn nauw met elkaar in verbonden. Dat betekent dat een probleem of aandoening in het buitenoor, middenoor en/of binnenoor kan leiden tot verschillende vormen van gehoorverlies, of tot een gehooraandoening zoals tinnitus (oorsuizen), de ziekte van Ménière (heftige duizelingen, gehoorverlies en oorsuizen) of hyperacusis (overgevoeligheid voor geluid).

Bron: www.nvvs.nl

Horen en verstaan

Horen doe je met je… oren. Verstaan doe je met je brein: dat zet klanken om in woorden.

Horen en verstaan

Om te kunnen horen en verstaan moeten drie dingen in het lichaam goed functioneren:

  • Het gehoororgaan:

Onze oren vangen de geluidstrilling op en sturen een geluidssignaal naar onze hersenen. Het oor is een broos orgaan, te vergelijken met een ketting met vele schakels. Wanneer één onderdeel niet functioneert, dan kan dit tot gevolg hebben dat je slecht(er) hoort;

  • De gehoorzenuw:

Het is de taak van de gehoorzenuw om het geluidssignaal naar de gehoorcentra in de hersenen te geleiden. Stuurt de gehoorzenuw een verkeerd signaal, dan moeten de hersenen harder werken om de geluiden nog tot woorden te maken;

  • Het brein:

De hersenen verwerken het binnengekomen geluidssignaal. Ons brein zet de klanken om in woorden, zodat je de ander kunt verstaan; mits de hersenen de informatie goed verwerken, natuurlijk. Is dit niet het geval, dan kunnen je oren het geluid nog zo nauwkeurig waarnemen, maar ‘vertellen’ de hersenen iets compleet anders.

Kapotte oren?

Slechthorendheid hoeft niet direct het gevolg hoeft te zijn van ‘kapotte’ oren. Tijdens het gehooronderzoek wordt daarom niet alleen gekeken naar wat u nog kunt horen (toonaudiogram), maar ook in hoeverre je de ander nog verstaat (spraakaudiogram). Hieruit kan de specialist opmaken of je hoorprobleem in je oren, gehoorzenuw of hersenen zit.

Omgevingsgeluid

Omgevingsgeluid is ook van invloed op de mate waarin je de ander verstaat. Op een stille plek midden in de natuur gaat dit makkelijker dan wanneer je op een station staat waar een luidruchtige trein voorbijraast. Andere ‘stoorzenders’ zijn luid zoemende apparaten, de wind die langs je oren suist tijdens het fietsen of een slechte akoestiek in een grote zaal.

Bron: www.nvvs.nl

Gehoorproblemen

Slechthorendheid kan aangeboren zijn, maar ook tijdens of na de geboorte ontstaan. Ouderdom, erfelijkheid, gehoorschade of een oorontsteking: slechthorendheid heeft vaak, maar niet altijd, een aanwijsbare oorzaak.

Waarom hoor ik slecht?

Minder horen, het kan plotseling gebeuren maar ook geleidelijk gaan. Er bestaan verschillende oorzaken voor hoorverlies:

  • Oorsmeer:

Het oor zit vol oorsmeer en dus word je gehoor geblokkeerd;

  • Gehoorschade:

Je hebt lange tijd blootgestaan aan te hard lawaai en je hebt daardoor gehoorschade opgelopen;

  • Medicijnen:

Je hebt gehoorverlies vanwege de bijwerking van bepaalde medicijnen, bijvoorbeeld de malariapil;

  • Ouderdom:

Je gehoor is met de jaren achteruitgegaan: slechthorendheid is een veelvoorkomende ouderdomsklacht;

  • Ongezonde levensstijl:

Door een ongezonde levensstijl: (te veel) roken of verkeerde voeding gebruiken waardoor de bloedtoevoer naar het oor vermindert;

  • Erfelijk:

Slechthorendheid is erfelijk. Het is mogelijk dat iemand een erfelijke vorm van slechthorendheid heeft, zonder dat een van de ouders slechthorend is;

  • Geleidingsprobleem:

Als het oor en/of de geluidszenuw het geluid niet goed opnemen/opneemt, dan heb je mogelijk een geleidingsprobleem;

  • Waarnemingsprobleem:

Als de hersenen het geluid niet juist verwerken en je het geluid te zacht of in verdraaide vorm waarneemt, dan heb je mogelijk een waarnemingsprobleem.

Hooraandoening

Slechthorendheid treedt vaak op in combinatie met een andere hooraandoening, zoals:

  • Oorsuizen (tinnitus;
  • Overgevoeligheid voor geluid (hyperacusis);
  • De ziekte van Ménière.

Slechthorendheid kan ook onderdeel uitmaken van een syndroom, zoals:

  • Het syndroom van Usher: geleidelijk aan slechter zien en slechter horen;
  • Het syndroom van Pendred: stoornis in de schildklier;
  • Het syndroom van Alport: stoornis in de nieren;
  • Het syndroom van Waardenburg: te herkennen aan ongelijke kleur van de ogen en een witte haarlok.

Ook zijn er diverse oorafwijkingen die gepaard kunnen gaan met hoorverlies, bijvoorbeeld bij oorschelpdysplasie- en aplasie (sterk vervormde oorschelp), gehoorgangatresie (onderontwikkelde en dus afgesloten gehoorgang) en microtie (abnormaal kleine en vaak ook onderontwikkelde oorschelp, ook wel ‘frommeloortjes’ genoemd).

Klik hier voor meer informatie over deze en andere oorafwijkingen. Diverse familieleden van mensen met microtie en/of gehoorgangatresie hebben ook een Facebook-pagina opgericht: facebook.com/microtianederland/.

Bron: www.nvvs.nl

Gehoorbescherming tegen (muziek)lawaai

In Nederland zijn er jaarlijks naar schatting 20.000 jongeren die een lawaaibeschadiging oplopen door blootstelling aan te harde muziek, tijdens popconcerten en het gebruik van smartphones:

Hoe bescherm je jouw gehoor? 

Wat doe je tegen gehoorschade?

Hoe worden otoplastieken gemaakt?

Gehoorbescherming op het werk

Slecht horen als gevolg van lawaai behoort tot de meest voorkomende beroepsziekten en leidt vaak tot ernstig negatieve maatschappelijke en medische consequenties. Gehoorbescherming blijkt veelal noodzakelijk om lawaaislechthorendheid te voorkomen. Lawaaislechthorendheid treedt op als het geluidsniveau (volume) in de gehoorgang te hoog is, onafhankelijk van het feit of dit geluid mooi klinkt of als lawaai wordt waargenomen. Als vuistregel geldt: als het niet mogelijk is om zonder stemverheffing een gesprek te voeren met iemand binnen een straal van een meter, bestaat de kans op het ontwikkelen van lawaaidoofheid. Het geluidsniveau is te meten met een decibelmeter. Een decibelmeter geeft het geluidsniveau aan in dB(A).

De pijngrens

Enkele getallen:

  • Het voeren van een normaal gesprek levert een geluidsniveau op van circa 60 dB(A);
  • De pijngrens ligt bij de meeste volwassenen boven 120 dB(A);
  • Een autoradio op vol volume zit met pieken soms wel op 100 dB(A).

Het gevaar van lawaaislechthorendheid begint bij werknemers bij 80 dB(A). Boven deze waarde moet de werkgever volgens de Arbowet gehoorbescherming aanbieden. De noodzaak van dit volume moet ook in de RI&E (risico-inventarisatie & -evaluatie) worden opgenomen. Er zullen dan ook maatregelen moeten worden getroffen.

Bij 83 dB(A) mag een werknemer nog maar 4 uur zonder gehoorbescherming werken, waarbij er geen onacceptabel grote kans op gehoorschade mag bestaan. Tijdens de overige 4 werkuren mag dan geen hoog geluidsniveau meer voorkomen. Een werknemer is verplicht gehoorbescherming te gebruiken als de dagdosis gemiddeld hoger is dan 85 dB(A).

Bronmaatregelen

Ook bij geluid geldt de arbeidshygiënische strategie: zorg eerst ervoor dat de oorzaken aan de bron zijn weggenomen, bijvoorbeeld door een oude lawaaiige machine te vervangen door een stillere nieuwe. Als dat niet (volgens het oordeel van de OR) mogelijk blijkt te zijn, moet de blootstellingstijd worden verkort. Als ook dat geen oplossing oplevert (onder 80 dB(A)), dan pas is het inzetten van gehoorbeschermers een wettelijk toegelaten optie.

Soorten gehoorbeschermers

Er zijn drie soorten gehoorbeschermers:

  • Gehoorkappen die als koptelefoons worden gedragen. Als deze de oren goed omsluiten, dan is een demping met 30 dB(A) mogelijk. Het dragen van gehoorkappen kan verhitting van de oren veroorzaken. Ook isolatie van de omgeving en het resoneren van eigen bewegingsgeluid kunnen hinderlijke bijeffecten van het dragen van gehoorkappen zijn;
  • Oorpluggen, -dopjes, -stopjes worden vaak niet goed in het hoorkanaal ingebracht, waardoor onvoldoende demping optreedt en dus gehoorschade kan ontstaan. Ook zijn ze niet altijd hygiënisch, waardoor gezondheidsklachten kunnen optreden;
  • Otoplastieken zijn op maat gemaakte oordoppen, die bescherming kunnen bieden oplopend tot 30 dB(A). Meestal worden ze echter afgestemd op de demping die noodzakelijk is op de werkplek, zodat ze niet méér dempen dan strikt noodzakelijk. Hierdoor stijgt het draagcomfort. Wel moeten de otoplastieken jaarlijks worden gecontroleerd op lekkage en voldoende dempende eigenschappen.

Voor welk soort beschermers de werkgever kiest mag niet budgettair ingegeven zijn, maar moet in overeenstemming met de drager worden bepaald. Het is zinloos om combinaties van gehoorbeschermers (bijvoorbeeld dopjes en kappen) te dragen, omdat het geluid dan via botgeleiding schade aan het oor veroorzaakt. Het is aan te bevelen de informatie die de leverancier van gehoorbescherming verschaft te raadplegen voor de specifieke omstandigheden binnen een bedrijf.

Bron: www.arboportaal.nl

Gehoortest

Oorcheck

Kinderhoortest

HearOn, de online hoortest voor werknemers

Hoorhulpmiddelen - hoortoestellen - CI

Hoortoestellen

Wat is bepalend voor de keuze voor een hoortoestel?

Er zijn vele verschillende typen hoortoestellen. Dankzij moderne chiptechnologie zijn de meest hoortoestellen tegenwoordig een stuk een stuk beter, kleiner en dus minder opvallend dan vroeger. Hoortoestelfabrikanten besteden steeds meer aandacht aan het uiterlijk (design, kleur, vormgeving) van hoortoestellen. Wie waarde hecht aan hoe het toestel eruitziet en hoe zichtbaar het is voor anderen, is tegenwoordig een stuk beter af dan een paar jaar geleden.

 

Hoortoestellen hebben verschillende benamingen. Als je leest over gehoortoestellen, hoorapparaat of gehoorapparaat en hoorhulpmiddelen wordt eigenlijk allemaal hetzelfde bedoeld. Voor een goede keuze uit dit enorme aanbod is het belangrijk je behoeften in kaart te brengen.

 

  • Welk type toestel past het beste bij je aandoening en wens;
  • In welke luistersituaties wil je beter horen of verstaan?
  • Welke techniek, welk uiterlijk past het beste bij je wensen en financiële mogelijkheden?

Verschillende typen

De meest gebruikte hoortoestellen zijn in drie typen onder te verdelen. We hebben het hierover: ‘achter het oor’ (AHO), ‘in het oor’ (IHO) en ‘volledig in de gehoorgang’ (CIC, van het Engelse ‘completely in canal’). Welk type het meest geschikt voor je is, hangt af van je eigen voorkeur, de ruimte in je gehoorgang, de aard van je hoorverlies én je budget. Naast deze hoofdcategorieën zijn er ook nog vele andere vormen en varianten.

Hoortoestel voor achter het oor

Dit toestel wordt ook wel ‘banaantje’ of oorhanger genoemd. Een AHO-hoortoestel bestaat uit een klein, anatomisch gevormd kunststof toestel dat onopvallend achter het oor wordt gedragen. Het versterkte geluid komt via een slangetje je oor in. Dit toestel is sinds kort ook verkrijgbaar met ‘open aanpassing’. Hierbij zit aan het toestel een dun slangetje en een prettig zacht gedeelte: ‘eartip’ dat in je oor gaat. Hiermee heb je een minder ‘opgesloten’ gevoel.

 

Voordeel van de ‘Achter het oor’ ten opzichte van ‘In het oor’ en ‘Volledig in de gehoorgang’ is dat de gehoorgang open en belucht blijft. Dit vergroot het comfort en beperkt de kans op irritaties in de gehoorgang.

 

Samengevat Hoortoestel voor achter het oor

  • Voor wie: elke mate van hoorverlies;
  • Draagwijze: hoortoestel achter uw oorschelp en aansluiting op oorstukjes;
  • Voordelen: onopvallend, grotere batterij mogelijk, versterking mogelijk, keuze in kleur en weinig onderhoud.

Hoortoestellen in het oor (IHO)

Dit toestel wordt in de gehoorgang en oorschelp gedragen. Een hoortoestel in het oor (IHO) is iets meer compact dan achter het oor en valt daardoor nauwelijks meer op. Alleen het draadje waarmee je het toestel in- en uitdoet is zichtbaar. Door het kleinere formaat is er echter minder versterking mogelijk, waardoor dit type hoortoestel niet voor alle vormen van hoorverlies gebruikt kan worden.

 

Samengevat Hoortoestellen in het oor (IHO)

  • Voor wie: gemiddeld tot zwaar gehoorverlies
  • Draagwijze: oorstukjes in de oorschelp of gehoorgang
  • Voordelen: zo goed als onzichtbaar, alles in één behuizing

Hoortoestel voor in de gehoorgang

Dit type hoortoestel is zo klein dat het volledig in de gehoorgang geplaatst kan worden en daardoor praktisch onzichtbaar is (alleen het draadje waarmee je het toestel in- en uitdoet is zichtbaar). Deze toestellen worden speciaal op maat gemaakt, net zoals de ‘In het Oor’-toestellen.

 

Samengevat volledig in de gehoorgang (CIC)

  • Voor wie: slechthorenden met een kapot slakkenhuis;
  • Draagwijze: elektroden in het binnenoor (via een operatie);
  • Voordelen: directe verbinding met de hersenen waardoor je weer hoort.

Hulp van aan audicien

Niet alleen de kwaliteit en eigenschappen van een hoortoestel zijn bepalend voor de mate waarin je profijt kunt hebben van een hoortoestel; ook de optimale afstelling van het hoortoestel op jouw gehoor(probleem) is van belang. Het is ook belangrijk om een advies van de audicien mee te nemen voor een goede afweging. Wij hebben een uitgebreide lijst van winkels met audiciens op deze site beschikbaar. Bekijk altijd of je audicien beschikt over het StAr-keurmerk, of je te maken hebt met een SBBO-opgeleide of een intern opgeleide audicien.

 

Bron: www.hoortoestellen.info

Cochleair implantaat (CI)


Een CI (cochleair implantaat) is een elektronisch toestel dat aan zeer slechthorenden en doven de mogelijkheid biedt weer iets te horen. Een CI neemt het werk van de beschadigde delen van het binnenoor (slakkenhuis) over om geluidssignalen aan de hersenen te leveren.

Het implantaat bestaat uit een dun siliconen snoertje dat operatief wordt ingebracht in het slakkenhuis. Aan het uiteinde van het snoertje bevindt zich een serie minuscule elektroden. Het geluidssignaal wordt door de uitwendige processor via de magnetische spoel doorgegeven naar het inwendige deel, waar het via de elektroden de gehoorzenuw op verschillende plaatsen elektrisch stimuleert. De elektroden worden in de eerste maanden herhaaldelijk opnieuw afgesteld voor het beste luisterresultaat.

 

Een cochleair implantaat in je oor!

 

Een CI bestaat uit twee delen: een extern deel, de spraakprocessor en het interne deel: het implantaat. Deze worden operatief geplaatst, waarbij de elektroden in het slakkenhuis worden ingebracht. Tijdens een operatie wordt het inwendig gedeelte geplaatst, het uitwendige gedeelte wordt enkele weken na de operatie aangesloten.

Wat hoor je met een CI?*

  • Harde en zachte geluiden, tot en met het geruis van een kopieerapparaat of het zoemen van een koelkast;
  • Een CI biedt niet altijd de mogelijkheid om betekenisvolle geluiden te onderscheiden uit achtergrondgeruis;
  • Met een CI is het niet altijd mogelijk om te bepalen uit welke richting het geluid komt;
  • Het is belangrijk om een auditief geheugen te hebben of op te bouwen. Geluid opvangen en vertalen en dus de ander verstaan vergen vaak nog oefening;
  • Soms kun je met een CI ook te veel horen. Goedhorende mensen kunnen storende geluiden zogenoemd wegdrukken, met een CI kan dat niet. Een tikkende klok bijvoorbeeld kan het luisteren naar een gesprek voor de CI-drager makkelijker verstoren.

CI als signaalversterker

Een CI wordt door veel mensen gezien als een wonder: het zorgt ervoor dat zeer slechthorende en dove mensen weer kunnen horen. Het CI bootst als het ware het hoorsysteem na van goedhorende mensen, die over ongeveer 3000 zintuigcellen beschikken om geluids­signalen door te geven aan circa 30.000 zenuwuiteinden. Zeer slechthorenden en doven ontvangen en verwerken dit signaal in de regel niet. Hier is een schone taak voor het CI weggelegd.

Opnieuw leren horen

Het brein kan het signaal duiden en vertalen. Dat is lastiger voor wie geen auditief geheugen heeft opgebouwd, omdat de gehoorde geluiden niet herkend worden. In de loop van de tijd bouw je een auditief geheugen op. Mensen met een CI moeten als het ware opnieuw leren horen. Dat roept bij velen heftige emotionele reacties op. Als kinderen of volwassenen, ondanks de hulp van hoortoestellen en hoortraining, nauwelijks in staat zijn tot het waarnemen van gesproken taal, kan een cochleair implantaat uitkomst bieden.

 

Bron: www.nvvs.nl

 

*Disclaimer: deze opsomming is een algemene indruk. Wie wat hoort met een CI verschilt per persoon.

Hoorinfotheek

 Hiervoor verwijzen wij naar de Hoorinfotheek.

Communicatietips
  1. Lach de slechthorende niet uit als hij verkeerd antwoordt. Vertel hem dat hij het verkeerd begrepen heeft;
  2. Een slechthorende reageert soms wat trager omdat hij eerst luistert of hij u verstaat en daarna pas de inhoud ervan tot zich door laat dringen;
  3. Zorg dat je naar het licht kijkt, zodat het licht op uw mond valt;
  4. Zorg voor een goed verlichte kamer: bij schemering kan de slechthorende moeilijk van de mond aflezen;
  5. Heb wat geduld als je een zin moet herhalen. Zeg hetzelfde woord nooit vaker dan twee keer. Gebruik de volgende keer liever een omschrijving;
  6. Schreeuw niet tegen een slechthorende, dat misvormt het geluid en kan soms zelfs pijnlijk zijn: het hoortoestel versterkt al het geluid van je stem;
  7. Spreek duidelijk, maar zonder overdreven bewegingen met de mond te maken;
  8. Spreek langzaam en rustig. Houd geen hand voor de mond. Niet spreken met sigaret of sigaar in de mond;
  9. Voel je niet opgelaten wanneer de slechthorende u daarom strak aankijkt;
  10. Een slechthorende probeert te verstaan door te horen, door van de lippen af te lezen en door de gezichtsuitdrukking te zien. Kijk dus altijd de slechthorende aan als je tegen hem spreekt;
  11. Als je je speciaal tot een slechthorende richt, noem dan eerst zijn naam of raak hem even aan, dan weet hij dat hij moet luisteren en kijken;
  12. Noem als dat mogelijk is, eerst het onderwerp van het gesprek, vooral in gezelschap, opdat de slechthorende weet waarover het zal gaan;
  13. Zorg ervoor dat in een kring of gezelschap ook de slechthorende kan meelachen en meepraten. Probeer hem bij het gesprek te betrekken (alleen zijn binnen een groep maakt veel eenzamer dan alleen thuis zijn);
  14. Als radio of tv aanstaat, kan een slechthorende je moeilijk verstaan. Zet deze voor een gesprek bij voorkeur uit;
  15. Indien de slechthorende moe wordt (luisteren via een hoortoestel in combinatie met spraak afzien is zeer vermoeiend) en hij zich liever wil terugtrekken, toon daar dan begrip voor. Zeg niet: ‘Waarom ga je nu weg, het is juist zo gezellig!’ Voor hem is het waarschijnlijk niet (meer) gezellig (van iemand die slecht ter been is verlang je ook niet dat hij ‘gezellig’ aan een hardloopwedstrijd meedoet);
  16. Benader een slechthorende nooit ongemerkt van achteren: hij hoort je soms niet aankomen en hij kan daarvan schrikken;
  17. Als je aan een slechthorende namen en adressen op moet geven, schrijf ze dan even op. Vreemde namen moet hij gespeld zien, anders worden ze verkeerd verstaan;
  18. Realiseer je dat een hoortoestel alleen een hulpmiddel is en geen geneesmiddel.

Nieuws

lees meer

Agenda

iets voor u

Cursussen

ons aanbod

Nieuwsbrief

schrijft u in

Stel lettergrootte in
Contrast