Communicatietips

Communicatie met slechthorenden vergt een extra inspanning van zowel de slechthorende als van de horende. Hoor Friesland heeft voor beiden tips.
Omgangtips horenden met slechthorenden

Omgangstips horenden met slechthorenden:

  1. Een slechthorende reageert soms wat trager omdat hij eerst luistert of hij u verstaat en daarna pas de inhoud ervan tot zich door laat dringen;
  2. Zorg dat je naar het licht kijkt zodat het licht op je mond valt;
  3. Zorg voor een goed verlichte kamer: bij schemering kan de slechthorende moeilijk van de mond aflezen;
  4. Heb wat geduld als je een zin moet herhalen. Zeg hetzelfde woord nooit vaker dan twee keer. Gebruik de volgende keer liever een omschrijving;
  5. Schreeuw niet tegen een slechthorende, dat misvormt het geluid en kan soms zelfs pijnlijk zijn: het hoortoestel versterkt al het geluid van je stem;
  6. Spreek duidelijk, maar zonder overdreven bewegingen met de mond te maken;
  7. Spreek langzaam en rustig. Houd geen hand voor de mond. Niet spreken met sigaret of sigaar in de mond;
  8. Voel je niet opgelaten wanneer de slechthorende je daarom strak aankijkt;
  9. Een slechthorende probeert te verstaan door te horen, door van de lippen af te lezen en door de gezichtsuitdrukking te zien. Kijk dus altijd de slechthorende aan als je tegen hem spreekt;
  10. Lach de slechthorende niet uit als hij verkeerd antwoordt. Vertel hem dat hij het verkeerd begrepen heeft;
  11. Als u zich speciaal tot een slechthorende richt, noem dan eerst zijn naam of raak hem even aan, dan weet hij dat hij moet luisteren en kijken;
  12. Noem als dat mogelijk is, eerst het onderwerp van het gesprek, vooral in gezelschap, zodat de slechthorende weet waarover het zal gaan;
  13. Zorg ervoor dat in een kring of gezelschap ook de slechthorende kan meelachen en -praten. Probeer hem bij het gesprek te betrekken (alleen zijn binnen een groep maakt veel eenzamer dan alleen thuis zijn);
  14. Als radio of tv aanstaat kan een slechthorende je moeilijk verstaan. Zet deze voor een gesprek bij voorkeur uit;
  15. Indien de slechthorende moe wordt (luisteren via een hoortoestel en spraak afzien is zeer vermoeiend) en hij zich liever wil terugtrekken, toon daar dan begrip voor. Zeg niet: Waarom ga je nu weg, het is juist zo gezellig!’ Voor hem is het waarschijnlijk niet gezellig (meer). Van iemand die slecht ter been is verlang je ook niet dat hij ‘gezellig’ aan een hardloopwedstrijd meedoet;
  16. Benader een slechthorende nooit ongemerkt van achteren: hij hoort je soms niet aankomen en hij kan daarvan schrikken;
  17. Als je aan een slechthorende namen en adressen op moet geven, schrijf ze dan even op. Vreemde namen moet hij gespeld zien, anders worden ze verkeerd verstaan;
  18. Realiseer je dat een hoortoestel alleen een hulpmiddel is en geen geneesmiddel.
Omgangregels slechthorenden met horenden

Omgangregels slechthorenden met horenden:

  1. Als je spraak afziet moet je altijd zelf met de rug naar het licht gaan zitten/staan. Dan valt het licht op het gezicht van de spreker, zodat je beter spraak af kunt zien;
  2. Zorg voor een goed verlichte kamer, zodat je het gezicht van de spreker goed kunt zien;
  3. Vraag om herhaling als je iets niet hebt verstaan;
  4. Spreek zelf duidelijk en rustig, zodat men merkt hoe het moet;
  5. Wees opmerkzaam: let niet alleen op de mond van de spreker, maar ook op het hele gezicht/lichaam;
  6. Als je minder goed hoort, controleer dan eerst of je toestel in de juiste stand staat en doe er eventueel een nieuwe batterij of accu in;
  7. Een goedhorende kan niet weten hoe hij het beste met jou praten kan. Leg hem dat uit (bijvoorbeeld: niet hard praten, langzaam praten, met het gezicht naar je toe);
  8. Draag het hoortoestel zichtbaar en draag het altijd: verberg het niet;
  9. Als je wilt dat een ander rekening houdt met je handicap, vertel die ander dan dat je slecht hoort. Schaam je niet voor je slechthorendheid c.q. doofheid;
  10. Doe niet alsof je iets verstaan hebt als dat niet het geval is. Hierdoor ontstaan vaak misverstanden. Zorg er desnoods voor dat je papier en potlood bij de hand hebt en aanvaard het als je deze nodig mocht hebben;
  11. Probeer in gezelschap naast iemand te gaan zitten die duidelijk praat en die jou op de hoogte wil houden van het gesprek. Als je een groepsgesprek niet kunt volgen, ga dan eerst naast iemand zitten met wie je zelf graag spreekt;
  12. Indien je je wilt terugtrekken (bijvoorbeeld door vermoeidheid), geef dit dan duidelijk te kennen. Loop niet zomaar weg: dat geeft onbegrip;
  13. Als je geen kans ziet deel te nemen aan bijvoorbeeld verjaarsvisites of bijeenkomsten, leg dan van tevoren uit waarom dit belastend voor je is. Ga er zo mogelijk op een ander moment naartoe!
  14. Schaam je niet als je ‘verkeerd’ gereageerd hebt. Zeg gewoon wat je dacht dat er gezegd werd;
  15. Als je niet kunt meepraten, voel je dan niet meteen buitengesloten.

Nieuws

lees meer

Agenda

iets voor u

Cursussen

ons aanbod

Nieuwsbrief

schrijft u in

Stel lettergrootte in
Contrast