Verlengde Schrans 35
8932 NJ Leeuwarden
058 213 05 37
[email protected]

‘doof’ of ‘Doof’

Met ‘doof’ bedoelt men ‘het niet kunnen horen’: een audiologische definitie. Volgens medische begrippen ben je doof bij een gehoorverlies van meer dan 100 decibel (dB), al verschilt deze definitie per land. Zo wordt men in Canada en de Verenigde Staten al doof genoemd bij een verlies van 80 dB. Het hoorverlies wordt bepaald door middel van het afnemen van audiologische testen en het maken van een audiogram.

Mensen die op latere leeftijd doof geworden zijn, beschouwen zich in tegenstelling tot Doven als gehandicapt. Zij ervaren een gemis en ondergaan een rouwproces.

Verschil tussen ‘doof’ en ‘Doof’

Doofheid wordt door velen als ‘alleen maar’ een handicap gezien. Echter, Doven hebben ook – doordat ze niet kunnen horen – een geheel eigen cultuur ontwikkeld, met een eigen taal en eigen onderwijs.

Zij die Doof met een hoofdletter schrijven geven hiermee aan dat zij een minderheidsgroepering vormen die zijn eigen taal, namelijk: Gebarentaal, en cultuur kent. Het meisje op de foto zegt in Gebarentaal:‘I love you’.

Doof

Doofheid wordt door een aanzienlijk deel van de dovengemeenschap opgevat als een eigenschap, een variatie, zoals bijvoorbeeld je huidskleur. Het gaat hier vooral om Doven die doof geboren zijn of al jong doof geworden zijn. Zij zijn met andere woorden: ‘gewoon doof’. Zij die Doof met een hoofdletter schrijven geven hiermee aan dat zij een minderheidsgroepering vormen die zijn eigen taal, namelijk: Gebarentaal, en cultuur kent. Doof zijn wordt door deze groep niet als een gemis of een handicap beleefd.

Ook horende personen uit dove families kunnen zich als leden van de Dovengemeenschap beschouwen; dit zijn veelal horende kinderen van Dove ouders. Zij beleven van jongs af aan de wereld op nagenoeg dezelfde wijze als hun ouders en worden ingeleid in de cultuur en tradities van de Dovengemeenschap. ‘Hoor’status is dan ook niet het primaire kenmerk van de leden van deze gemeenschap: men kan hen ook definiëren als ‘Gebarentaalgebruikers’.

Maatschappij

Hoe staan Doven in de maatschappij? Of doofheid nu als cultuur of als handicap beschouwd wordt, het feit blijft dat men één zintuig niet of aanzienlijk minder kan gebruiken: het gehoor. In deze maatschappij, die gebaseerd is op auditieve communicatie en vele auditieve bronnen en signalen kent, hebben Doven een achterstandspositie met alle gevolgen van dien.

In een poging om deze achterstand op te heffen zijn er vele nationale en internationale belangenorganisaties van Doven opgericht, elk met een eigen identiteit en doelstelling. Zo kennen wij in Nederland ‘Dovenschap’, de belangenorganisatie van Doven die gebarentaal als hun natuurlijke taal zien.

Een recente activiteit van Dovenschap is het onderzoeken van de kwaliteit van tolken Gebarentaal. Dit onderzoek werd uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut. Daarnaast bestaat de groep SAVON, een groep Doven die vindt dat gesproken taal hun moedertaal is.

Waar de ene groep Doven pleit voor erkenning van Gebarentaal en meer tolken, pleit een andere groep voor meer ondertiteling en hulpmiddelen. Net als allerlei andere groeperingen binnen de maatschappij kent dus ook de Dovengemeenschap verscheidenheid. Op internationaal niveau hebben Dove Gebarentaalgebruikers zich verenigd in de European Union of the Deaf (EUD) en de World Federation of the Deaf (WFD).

Bron: www.nemokennislink.nl , Corrie Tijsseling

Prelinguale doofheid

Je bent doof als je heel slecht of helemaal niets kunt horen. In Nederland noemen we iemand doof als hij 90 dB of meer hoorverlies heeft. Er zijn verschillende soorten doofheid: prelinguaal of postlinguaal. Waar de een doofheid als handicap ziet, beschouwt de ander zichzelf als culturele minderheid.

Prelinguaal doof

Prelinguaal betekent letterlijk ‘voor de taal’. Iemand die prelinguaal doof is, is doof voordat de ontwikkeling van gesproken taal op gang is gekomen. Deze mensen zijn vaak doof geboren of doof geworden voor het 3e levensjaar. Leren praten is voor prelinguale doven vaak moeilijk. Ze leren praten door te kijken en te voelen. Doordat ze zichzelf niet kunnen horen hebben ze vaak een typisch ‘dovenaccent’.

 

De meeste kinderen die nu doof geboren worden kunnen dubbelzijdig een Cochleair Implantaat, CI, krijgen. Ze worden tegenwoordig geopereerd als ze tussen de 12 en 24 maanden oud zijn. Oudere doofgeboren kinderen kunnen wel geïmplanteerd worden, maar de verwachtingen zijn dan lager. Niet voor elk doof kind is een CI geschikt. Het is belangrijk dat kinderen met een CI toch gebarentaal wordt aangeleerd (samen met hun omgeving). Want zodra de CI uitgeschakeld is, zijn ze volledig doof.

Postlinguaal doof

Postlinguaal betekent letterlijk ‘na de taal’. Iemand die na de ontwikkeling van gesproken taal doof is geworden, is postlinguaal doof. Zo kun je bijvoorbeeld als kind of als volwassene doof worden als gevolg van een hersenvliesontsteking of door een ongeluk. De groep postlinguaal dove mensen is een stuk groter dan de groep prelinguaal dove mensen.

 

Onder de groep postlinguaal dove mensen vallen namelijk ook de mensen die plots- of laatdoof zijn. Postlinguale doven komen over het algemeen ook sneller in aanmerking voor een Cochleair Implantaat, CI, dan de groep prelinguale doven die niet als kind al een CI hebben gekregen.  Bij iemand die na zijn 5e jaar doof is geworden, zal het resultaat met een CI op het gebied van het leren van spraak namelijk vaak beter zijn dan wanneer iemand doof is geboren en pas na zijn 5e een CI krijgt.

 

Bron: www.doof.nl

Plots- of laatdoof

Plotsdoof

Als men in relatief korte tijd plotseling geheel doof wordt, dan spreekt men van plotsdoofheid. Dit gehoorverlies ontstaat meestal binnen een paar seconden tot minuten. Over het algemeen treedt plotseling hoorverlies op aan één oor, maar het kan ook gebeuren dat beide oren niet meer functioneren. In Nederland komt eenzijdige plotsdoofheid jaarlijks ongeveer bij 8 op de 100.000 mensen voor.

Oorzaken

Voor plotselinge doofheid is niet altijd een oorzaak aan te wijzen. Mogelijke oorzaken zijn:

  • Een ernstige infectie, zoals een hersenvliesontsteking;
  • Het gebruik van bepaalde antibiotica;
  • Een (verkeers)ongeval;
  • Een gestoorde afweerreactie;
  • Een doorbloedingsstoornis;
  • Een brughoektumor.De kno-arts zal uitgebreid onderzoeken wat de mogelijke oorzaak van de plotselinge doofheid kan zijn. Dit onderzoek bestaat meestal uit gehooronderzoek, bloedonderzoek en een MRI-scan van gehoororgaan en gehoorzenuw. Vaak blijft de oorzaak echter onbekend.

Herstel mogelijk?

Bij ongeveer een derde van de plotsdove mensen herstelt het gehoor vanzelf en bij ongeveer een derde van de plotsdoven verbetert het gehoor wel enigszins, maar zal nooit meer hetzelfde worden. Bij de overige groep herstelt het gehoor nooit. Eventueel herstel komt voor in de eerste weken nadat het gehoorverlies is opgetreden. Na drie tot zes maanden valt er over het algemeen geen herstel meer te verwachten.

Gevolgen

Voor mensen die plotseling doof worden, zijn de gevolgen voor hun dagelijks leven groot. Het leven is ineens niet meer zoals het was. Alle geluiden zijn plotseling verdwenen en communiceren op de oude manier bijvoorbeeld is niet meer mogelijk. Hierdoor kan iemand die plotsdoof is geworden zich van de wereld afgesneden voelen en in paniek raken. Het gebeurt ook vaak dat een plotsdove persoon in een isolement terechtkomt. Omdat zijn stem voor de omgeving vaak nog ‘gewoon’ klinkt, wordt er niet altijd rekening gehouden met de doofheid.

 

Het verwerken van en leren omgaan met plotselinge doofheid kost dan ook tijd. Niet alleen voor de plotsdove persoon zelf, maar ook voor de mensen in zijn omgeving. Het vraagt geduld van beide kanten.

Laatdoof

Iemand is laatdoof als hij na een periode van toenemende slechthorendheid geleidelijk aan doof is geworden. Laatdoofheid kan verschillende oorzaken hebben, maar die oorzaak is niet altijd te achterhalen. Het kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een ongeluk of een brughoektumor. Laatdoofheid kan echter ook optreden na langdurige blootstelling aan te harde geluiden zonder goede gehoorbescherming. Daarnaast kan erfelijkheid (progressieve slechthorendheid) een rol spelen.

 

Laatdoofheid is overigens niet hetzelfde als ouderdomsdoofheid of plotsdoofheid. Geleidelijk aan doof worden kan in principe iedereen overkomen, ongeacht de leeftijd.

 

Zowel plots- als laatdoven kunnen eventueel in aanmerking komen voor een Cochleair Implantaat, CI,

 

Bron: www.doof.nl

Doofblindheid

Doofblind zijn is een combinatie van niet (goed) kunnen horen en niet (goed) kunnen zien. Het is dus niet alleen doof en blind zijn, maar ook slechthorend en blind, slechthorend en slechtziend, of doof en slechtziend zjin. In Nederland zijn er tussen de 33.000 en 38.000 doofblinde mensen. Van ongeveer honderd mensen is bekend dat ze doofblind zijn geboren. De anderen zijn tijdens hun leven doofblind geworden, de meeste mensen na hun 55e jaar.

Oorzaken

Doofblindheid kan verschillende oorzaken hebben:

  • Genetisch bepaald, in de vorm van een syndroom (syndroom van Usher);
  • Congenitaal: het rubellavirus (rode hond bij de zwangere moeder);
  • Trauma;
  • Hersenvliesontsteking;
  • Ziekte;
  • Vroeggeboorte;
  • Toevallige samenloop (van elkaar losstaande oorzaken);
  • Hogere leeftijd, waardoor gezichtsvermogen en gehoor achteruit gaan.

Beperkingen

Doofblinde mensen lopen tegen dezelfde beperkingen aan als slechthorenden/doven en slechtzienden/blinden. Deze beperkingen hebben vooral te maken met informatie, mobiliteit en communicatie, echter, door de dubbele handicap zijn de beperkingen vaak groter en lastiger op te lossen. Doofblinde mensen zijn daarom ook vaak snel vermoeid, doordat alle activiteiten extra veel energie kosten.

Communicatie

Hoe doofblinden communiceren, is afhankelijk van hoeveel ze nog kunnen horen of zien. Sommige doofblinde mensen zien nog genoeg om gebaren te kunnen zien, mits de gebaren binnen het gezichtsveld worden gemaakt. Andere doofblinde mensen horen nog genoeg om spraak te verstaan, mits er duidelijk wordt gesproken.

Voor de doofblinden die heel weinig of niets horen en zien zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Vierhandengebaren: er worden dezelfde gebaren gebruikt als bij de Nederlandse Gebarentaal, met als verschil dat de doofblinde tijdens het gebaren de handen van de gesprekspartner losjes vasthoudt. Zo kan de doofblinde persoon voelen wat er gebaard wordt;
  • Vingerspellen in de hand: de woorden worden letter voor letter in de hand van de doofblinde persoon gespeld. Hierdoor kan hij voelen wat er gezegd wordt. Men gebruikt hiervoor een aangepast handalfabet, dit is afgeleid van het handalfabet van de Nederlandse Gebarentaal;
  • Lorm-alfabet: voor iedere letter bestaat een tikje of een streepje op een bepaalde plaats op de hand. De gesprekspartner spelt de woorden letter voor letter via deze speciale code. Hierdoor kan de doofblinde voelen wat er gezegd wordt;
  • Blokletters in de hand: de woorden worden letter voor letter met de vinger in blokletters in de hand van de doofblinde ‘geschreven’. Hierdoor kan hij voelen wat er gezegd wordt. Men gebruikt hiervoor het Nederlandse alfabet.

 

Bron: www.doof.nl

Nieuws

lees meer

Agenda

iets voor u

Cursussen

ons aanbod

Nieuwsbrief

schrijft u in

Stel lettergrootte in
Contrast